Beter onderwijs

In ons blog van 18 augustus bepleiten we dat het hoger onderwijs onder de maat is: er is beter onderwijs nodig. De constateringen in ons blog sluiten aan bij een nieuwsbericht van de NVAO. Wij zijn dus niet de enige die problemen zien. ‘Nederlandse universiteiten danken hun goede reputatie aan hun onderzoek.

Wat betreft onderwijs valt er veel te verbeteren, met name in de geesteswetenschappen, stelt NVAO-voorzitter Anne Flierman in NRC Handelsblad. “Er spelen problemen met het eindniveau van de studenten en er schort het nodige aan opbouw, diepgang en academisch gehalte. ‘Sommige scripties ontstijgen het niveau van de middelbare school niet’, aldus een van de visitatiecommissies.” Van Hoek Trainingen stelt dat de problemen zich niet vooral beperken tot de geesteswetenschappen.

Volgens de NVAO is de oorzaak dat er te veel aandacht is voor onderzoek. Volgens Van Hoek Trainingen is een belangrijke factor ook dat er aan universiteiten te weinig kennis is over goed onderwijs. Menig kwaliteitsmedewerker onderwijs loopt een burn-out op doordat hij of zij niets kan realiseren in de organisatie; zij moeten functioneren als eenlingen tegen de stroom in, omdat op een universiteit het begrip ‘onderwijskwaliteit’ gewoonweg niet leeft. Menig onderwijsdirecteur houdt er voortijdig mee op, omdat de traditionele structuur van faculteiten inhoudelijke, centrale aansturing vanuit een directeur nauwelijks mogelijk maakt. De organisatie in afdelingen die worden geleid door een hoogleraar leidt ertoe dat afdelingen hun eigen doelen nastreven en geen gezamenlijk doel proberen te bereiken, zoals goed onderwijs.

Ook laten universiteiten steeds meer de schakel tussen onderzoek en onderwijs los. Dit terwijl studenten horen mee te doen aan het onderzoek van hoogleraren en anderen binnen de universiteit. Van oudsher is de band tussen universitaire docenten en studenten tijdens hun opleiding een belangrijk aspect geweest van academische vorming. Dat medewerkers onderzoek doen en ook lesgeven (en interactie hebben met studenten), is immers de essentie van een universiteit. Medewerkers die alleen onderzoek willen doen, horen dan ook meer thuis bij een onderzoeksinstituut. Maar de hoogleraar is niet meer wat hij of zij is geweest en de afstand student-docent is aan veel universiteiten te groot geworden. Academisch onderwijs zit op kennisoverdracht; het frontale lesgeven vanuit de monoloog dat de student zelfs digitaal kan volgen: iedere interactie ontbreekt dan. Deze vorm van onderwijs is echter achterhaald en ouderwets, en bovendien volstrekt onvoldoende om iemand academisch te vormen. Er echt iets aan veranderen, is een bijzonder ingewikkelde zaak.