‘ZZP-er’, ‘ZZP’er’, ‘zzp-er’ of ‘zzp’er’? Wat is het nou?

Wat is het nou: ‘ZZP-er’, ‘ZZP’er’, ‘zzp-er’ of ‘zzp’er’? En waarom? Antwoord: het is ‘zzp’er’.

 

Ten eerste: waarom kleine letters en niet hoofdletters? Tijdens de spellingswijziging van 1995 is bepaald dat zogenoemde ingeburgerde afkortingen voortaan met kleine letters worden geschreven, dus: arbo, bhv, bh, bv, cd, dvd, hbo, gsm, mp3, nv, pdf, sms, tv, wc bijvoorbeeld. En ook: zzp. (Deze regel geldt niet voor woorden die staan voor een vast begrip of voor een eigennaam: EHBO, EU, ICT, MBA, NS.)

 

Ten tweede: waarom apostrof en geen koppelteken? We gebruiken in het Nederlands een koppelteken om afkortingen aan te kondigen (zoals het eerste koppelteken in ‘ge-e-maild’) en om woorden te scheiden, zoals in: ex-zzp’er, zzp-bijeenkomst, zzp-wetgeving (en het tweede koppelteken in ‘ge-e-maild’). Bij deze woorden is telkens sprake van twee woorden die samen één woord vormen: het zijn zogenoemde samenstellingen. Samenstellingen schrijven we aan elkaar en als dat niet gaat, gebruiken we een koppelteken.

 

Maar ‘zzp’er’ is geen samenstelling, want het is geen combinatie van meerdere woorden. Het is één woord. Het koppelteken is daarom geen optie. Eigenlijk zou je moeten schrijven: zzper, maar dat kun je niet goed lezen. 🙂 Daarom gebruiken we hier de apostrof: bhv’er, EHBO’er, dvd’s, pdf’s, VVD’er en zzp’er.

 

Een mooi voorbeeld is: ge-sms’t. Hier zie je beide regels terugkomen. Het koppelteken kondigt de afkorting ‘sms’ aan; de apostrof laat zien waar de afkorting eindigt, zodat je het goed uitspreekt. Anders stond er immers: gesmst!

 

Zie ook woordenlijst.org.